Blog

Hoge Raad blokkeert terugbetaling oude gokverliezen

· 5 min leestijd

Op 3 juli 2026 zette de Hoge Raad een streep door de hoop van duizenden Nederlandse gokkers die hun verlies bij een onvergund online casino terug wilden vorderen. De hoogste rechter oordeelde dat een kansspelovereenkomst niet ongeldig is enkel omdat de aanbieder geen Nederlandse vergunning had. Voor spelers die jarenlang geld verloren bij PokerStars, partycasino.com of vergelijkbare buitenlandse platforms voordat de Wet kansspelen op afstand op 1 oktober 2021 inging, komt deze uitspraak hard aan.

De uitspraak is opvallend, want de afgelopen jaren leek de wind juist in het voordeel van de speler te waaien. Tientallen rechtszaken eindigden met een veroordeling van het gokbedrijf, claimbureaus adverteerden volop met "geld terug" en advocatenkantoren namen zaken op basis van no cure no pay aan. Die trend buigt de Hoge Raad nu definitief om.

Wat de Hoge Raad precies besliste

De zaak draaide om een simpele vraag met grote gevolgen: is een gokcontract met een aanbieder zonder vergunning nietig op grond van artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek? De rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland stelden die vraag via een prejudiciele procedure aan de Hoge Raad, omdat lagere rechters elkaar tegenspraken. De meeste kantonrechters oordeelden in het voordeel van de speler, een rechter in Breda koos juist de kant van het gokbedrijf.

De Hoge Raad kiest nu voor de lijn van het gokbedrijf. Uit de tekst en de geschiedenis van de wet blijkt volgens de rechter niet dat de wetgever kansspelovereenkomsten zelf heeft willen verbieden, alleen het aanbieden ervan zonder vergunning. En omdat Nederland geen algeheel gokverbod kent, maar juist beleid voert dat de speelbehoefte naar legaal aanbod moet leiden, is een overeenkomst met een onvergunde partij niet automatisch in strijd met de openbare orde. Geen nietigheid dus, en daarmee geen automatisch recht op terugbetaling.

Waarom dit duizenden claims raakt

De uitspraak volgt op het advies van advocaat-generaal Lindenbergh van november 2025, die de Hoge Raad al aanraadde deze kant op te gaan. Tot dan toe hadden bijna twintig rechters in eerste aanleg gokbedrijven verplicht om verliezen terug te betalen, samen goed voor miljoenen euro's aan schikkingen en vonnissen. Claimbureaus wierven actief spelers met de belofte dat terugvorderen via de nietigheidsroute vrijwel zeker zou lukken.

Die belofte houdt nu geen stand meer. Wie voor 1 oktober 2021 geld verloor bij een buitenlandse aanbieder zonder Nederlandse vergunning, kan zich niet langer simpelweg beroepen op het ontbreken van die vergunning om zijn inzet terug te eisen. Voor lopende rechtszaken betekent dit dat advocaten hun onderbouwing moeten herzien, en voor spelers die nog overwogen een claim in te dienen, valt de makkelijkste route weg.

De achterdeur staat nog op een kier

Helemaal kansloos zijn gedupeerde spelers niet. De Hoge Raad sluit alleen de route via nietigheid en onverschuldigde betaling af, niet elke vorm van aansprakelijkheid. Spelers kunnen nog altijd proberen aan te tonen dat een aanbieder zijn zorgplicht schond, bijvoorbeeld door geen grenzen te stellen aan verlies terwijl duidelijke signalen van problematisch speelgedrag zichtbaar waren. Ook een wilsgebrek, zoals misleiding bij het aangaan van de overeenkomst, blijft een mogelijke grond.

Het probleem is dat dit soort claims per speler apart beoordeeld moet worden. Een massaclaim, waarbij duizenden dossiers in een keer worden afgehandeld, ligt daardoor veel minder voor de hand dan voorheen. Wie verder wil, moet zijn eigen speelgeschiedenis en de signalen die de aanbieder negeerde, individueel kunnen aantonen.

Wat dit betekent voor de rest van de kansspelmarkt

De uitspraak staat niet op zichzelf. De Kansspelautoriteit voert dit jaar al strenger toezicht, van boetes voor tekortschietende zorgplicht tot een kansspelbelasting die inmiddels op 37,8 procent staat. Vergunde aanbieders volgen de strengste regels en dragen nu toch de reputatieschade van hun illegale voorgangers, terwijl juist die vergunde markt spelers wel bescherming biedt, zoals blijkt uit de licenties die tot 2031 lopen.

Critici wijzen op een ongemakkelijke tegenstelling. De Ksa kan illegale aanbieders nog altijd miljoenenboetes opleggen, zoals eerder dit jaar bleek bij de strengere controle op draagkrachttoetsen, maar spelers die bij diezelfde illegale aanbieders geld verloren, staan met lege handen. Voormalig minister Donner schreef in 2005 nog aan de Tweede Kamer dat dit soort overeenkomsten wel nietig zouden zijn. Die lijn verlaat de Hoge Raad nu.

Wat spelers nu het beste kunnen doen

Heb je nog een lopende claim of overweeg je er een te starten, dan is juridisch advies nu belangrijker dan ooit. Een claim puur baseren op het ontbreken van een vergunning heeft na 3 juli 2026 geen zin meer. Kijk in plaats daarvan naar je eigen speelpatroon: kreeg je herhaaldelijk extra bonussen aangeboden terwijl je duidelijk verlies leed, werd je account nooit geblokkeerd ondanks signalen van verslaving, of ontbrak elke vorm van limietcontrole? Dat zijn de aanknopingspunten die nu overblijven.

Voor de rest van de markt bevestigt deze uitspraak vooral iets dat al langer duidelijk was: sinds de vergunde markt bestaat, ligt de bescherming van spelers bij zorgplicht en toezicht, niet bij een juridische truc achteraf. Wie nu speelt, doet er goed aan dat alleen te doen bij een aanbieder met een geldige Nederlandse vergunning.

K
Geschreven door Kevin Prins Casino Industrie Analist

Kevin volgt de online casino-industrie al sinds de eerste Nederlandse vergunningen werden uitgegeven en schrijft analyses over trends, regelgeving en innovatie in de gokwereld. Zijn achtergrond in economie helpt hem om door de marketingpraat heen te prikken en te focussen op wat echt belangrijk is voor spelers. Hij is een voorstander van transparantie in de industrie en besteedt in elk artikel aandacht aan verantwoord spelen. Als hij niet over casino's schrijft, speelt hij schaak, want dat is tenminste een spel waar geluk geen rol speelt.